Een korte geschiedenis
Eind 1984 werd op initiatief van Liesbeth Reith de Stichting Nederlands Museum voor Naïeve Kunst opgericht, toen nog zonder enig kunstwerk in haar bezit. Van musea, particuliere verzamelaars en kunstenaars of hun naasten werden tal van bruiklenen, schenkingen en legaten verworven. Al snel bleek de benaming naïeve kunst de lading niet afdoende te dekken. Een kunstenaar als Willem van Genk, hoewel in de jaren zestig geboekstaafd als naïef, bleek veel beter te passen onder de paraplu van de art brut of de outsiderkunst.
Nadat de gemeente Zwolle had besloten haar voormalige gerechtsgebouw – De Stadshof – ter beschikking te stellen voor een nieuw op te richten museum voor naïeve en outsiderkunst, werd de collectie ondergebracht in het Museum De Stadshof, dat in oktober 1994 zijn deuren voor het publiek opende. Datzelfde jaar werd besloten de collectie van de Stichting Nederlands Museum voor Naïeve Kunst onder te brengen in een nieuwe Stichting Collectie De Stadshof, die via een statutenwijziging werd gevormd. De nieuwe stichting gaf daarop haar gehele collectie in bruikleen aan de Stichting De Stadshof, Museum voor Naïeve en Outsider Kunst, die alle museale taken op zich nam.
Door de grote daadkracht van de directeur, Ans van Berkum, is Museum De Stadshof er in de zes jaar van zijn bestaan in geslaagd zich internationaal te profileren met een actief verzamelbeleid, tal van spraakmakende tentoonstellingen, symposia en verschillende publicaties. Met buitenlandse musea werden goede relaties aangeknoopt en bestendigd door onderlinge bruiklenen. In 1999 ontving het museum een Bijzondere Aanbeveling van het Europees Museum Forum voor, onder meer, het in beweging brengen van ‘de conventionele definities van kunst en kunstenaars’.