| |
|
Geschiedenis
Mensen
die buiten de geijkte kaders van het kunstcircuit creatief zijn, zullen
er altijd zijn geweest. Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw,
toen het keurslijf van Academie en Salon sommigen wat al te knellend werd,
ontstond eerst in Frankrijk serieuze aandacht voor deze lang genegeerde,
spontane creativiteit. Werk van naïeven als Henri ‘le douanier’
Rousseau en vaak nog anonieme psychiatrische patiënten werd voor
en na de eeuwwisseling ‘ontdekt’ en gewaardeerd om zijn originaliteit
en authenticiteit: kwaliteiten waaraan het beroepskunstenaars steeds vaker
leek te mankeren. Net als bijvoorbeeld Afrikaanse maskers en kindertekeningen
werden ook deze kunstvormen ingezet in de strijd tegen de voorschriften
van de traditie en voor avant-gardistische vernieuwing op basis van een
‘natuurlijker’ creativiteit. Zo was Hans Prinzhorns studie
Bildnerei der Geisteskranken uit 1922 van grote invloed op het expressionisme
en surrealisme. |
|
|
 |